uitstelgedrag en typen uitstellers psychologie perfectionisme

Je kent het wel: je moet een verslag schrijven maar wacht tot het laaste moment en gaat onder tijdsdruk overhaast aan de slag. Of je hebt een vervelende klus in huis die je telkens voor je uitschuift. Je wilt iets anders in je werksituatie, maar blijft hangen in het bekende. Uitstelgedrag. Niets menselijks is ons vreemd.

In een helder artikel van Marjan Ossebaard en Sary van den Heuvel worden verschillende typen uitstellers beschreven. Elk type heeft zijn eigen redenen om uit te stellen en zijn eigen krachten én valkuilen. En dus ook zijn eigen oplossingen.

De Perfectionist

Zo heb je de perfectionsist: alles moet perfect en dus ligt de lat abnormaal hoog. Een perfectionist heeft het gevoel dat zijn eigenwaarde afhangt van zijn prestatie. Door uit te stellen heeft de perfectionist een excuus waarom zijn werk niet perfect is: “ik had te weinig tijd, dus het is logisch dat het niet volledig voldoet. Ik kan nu niet op mijn prestatie beoordeeld worden. Het was niet mijn schuld, maar het lag aan de omstandigheden.”

Ossebaard en Van den Heuvel noemen voor ieder type drie aanknopingspunten om minder uit te gaan stellen: verander hoe je denkt, praat en hoe je je gedraagt. Ik deel hier wat er voor mij uitsprong, maar ik raad je aan zelf het artikel te lezen als je echt dieper op een bepaald type (of meerdere types) wilt ingaan.

Het advies voor de perfectionist luidt dus: probeer je in je gedachten te richten op uitstekend werk in plaats van perfect werk. Perfect is ook maar een label, want wie bepaalt wanneer iets perfect is? Uitstekend is concreter, je kan het zien als ‘heel goed’. Je doet je best en meer kun je niet doen. ‘Niet perfect is ook oké’, is een mooi motto om jezelf voor te houden. Gebruik in plaats van ‘moeten’ het woord ‘willen’. Daarmee heb je zelf de controle. ‘Moeten’ impliceert dat iets het je van buitenaf oplegt, terwijl bij ‘willen’ het gaat om jouw keuze. Beoefen daarnaast de kunst van imperfectie: doe iedere dag iets opzettelijk fout en zie dat de wereld niet vergaat. Sterker nog: je wordt er milder van en daarmee ook ontspannender, de lat komt wat lager te liggen.

De Overwerker

Dit type zegt altijd ‘ja’ tegen anderen. De verzoeken van anderen krijgen meer prioriteit dan de wensen en verlangens van henzelf, waardoor de overwerker door gebrek aan tijd niet aan zijn eigen taken toekomt. De eigenwaarde van overwerkers ligt in hun waarde voor anderen. “Ik ben waardevol voor die ander, dus ik doe ertoe”. Verander je denken: wees realistischer, je kunt niet alles. Niemand kan de zorg voor heel de wereld op zich nemen, dus jij hoeft dat ook niet te doen. Herken je grenzen en stel prioriteiten. Maak bewust keuzes in wat je wel en niet doet. Zeg eens wat vaker ‘nee’ in plaats van ‘ja’. Als je dat nog moeilijk vindt kun je ook zeggen: “ik denk er nog even over na en kom erop terug”. Zo geef je jezelf de ruimte om goed te kunnen peilen of dit iets is wat je wilt en kunt doen. Of niet. Maak eens een lijstje met dingen die je allemaal doet op een dag. Ga erdoorheen en zet een streep door dingen die je eigenlijk niet wilt doen. Zet een sterretje voor de dingen die voor jezelf belangrijk zijn. Zet een ‘U’ voor die dingen die je waarschijnlijk gaat uitstellen. Zo kun je daar extra focus op leggen en ze misschien wel inplannen op een specifiek moment. Zet óók tijd voor onspanning op je lijstje (en zet daar gelijk een sterretje voor!). Kijk eens of je met deze prioriteitenlijst aan de slag kan en of het je helpt bij het maken van keuzes.

De Dromer

De dromer heeft veel ideeën en plannen en stroomt over van de inspiratie. Maar als het puntje bij paaltje komt, komt hij niet tot actie. De dromer heeft de overtuiging dat ‘het allemaal wel goed zal komen’, maar ‘vergeet’ om de stappen te zetten zodat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Maak onderscheid in dromen en doelen. Dromen kunnen vaag blijven, doelen zijn concreet. Denk aan de volgende vragen om concrete stappen te kunnen gaan zetten: wat? Waarom? Wanneer? Waar? Wie? Hoe? In plaats van ‘ik wilde dat…’ of ‘ik probeer…’ zeg je: ‘ik ga…’ of ‘ik zal…’. Plan iedere dag naast je vaste taken één activiteit die je een stap dichter bij je doelen brengt. Dit kan iets kleins zijn, maar maak het wel specifiek, zodat je het concreet maakt en als het ware ‘af kunt vinken’.

De Uitdager

Dit type haalt zijn eigenwaarde uit zijn gevoel van autonomie. Elk verzoek van een ander voelt als een bedreiging van die autonomie en individualiteit. Hij voelt weerstand tegen iedereen die zegt wat hij wel of niet moet doen. Uitstellen wordt in dit geval gebruikt als manier van verzet, een protest tegen de bedreiging van zijn autonomie. Denk eerst even rustig na als iemand je wat vraagt. Reageer pas daarna. Probeer het als een verzoek te zien en niet als een eis. Wat vraagt diegene nu werkelijk? Vermijd in je taalgebruik woorden die aanvallend of schuldinducerend klinken. Gebruik ‘ik’ in plaats van ‘jij’, want zo houd je de verantwoordelijkheid bij jezelf. Werk met anderen in plaast van tegen anderen. Bedenk dat je allemaal verder komt (dus ook jij!) als je samen werkt. Probeer een behulpzame houding aan te nemen in plaats van een blokkerende.

De Adrenalinezoeker

“Ik werk het beste onder druk” is het motto van de adrenalinezoeker. Hij gaat graag de strijd aan met de tijd. Hij houdt van chaos en noodsituaties, dus die creëert hij zelf. Door iets tot het laatste moment uit te stellen ervaart dit type de druk die hij nodig denkt te hebben. Het is bijna een soort verslaving. Doe je best om je denken te veranderen van ‘in extremen’ naar ‘gematigd’. Ook als je iets nu saai vindt, bedenk dan waarom het werkelijk zo erg is om nú te doen. Hoe zou je er volgende week op terugkijken als je het toch nu zou doen? Wend jezelf aan om in positieve taal te praten over een bepaalde taak. Als je toch negatief erover spreekt, kijk dan naar de interessante of leuke kanten van die taak en benoem die. Maak van een saaie taak een wedstrijdje of weddenschap. Zo buig je een –voor jou- saaie taak om naar een interessantere!

De Piekeraar

Het laatste type stelt vooral het nemen van een besluit uit. Keuzes maken is het lastigste dat er bestaat voor de piekeraar. Er moet altijd meer informatie verkregen worden om een juiste keuze te kunnen maken. Angst voor een verkeerde keuze leidt tot uitstellen. Bedenk dat géén beslissing nemen ook een beslissing is: je blijft hangen in het oude. En dat is juist wat je niet wilt! Gebruik actieve en duidelijke taal. Dus niet: ‘misschien’ of ‘ik probeer…’, maar ‘ik ga…’. Maak het ook zo concreet mogelijk voor jezelf. Denk aan de wat, waar, waarom etc. die al bij de dromer voorbij kwamen. Verdeel grote en onoverzichtelijke taken in kleine, haplare brokken. Vervolgens zet je die in je agenda. Door kleine, specifieke taken te plannen kom je makkelijker in beweging en uiteindelijk tot je doel.

Zo, dit waren de zes typen uitstellers in een notendop. Ik ben benieuwd, in welke type herken je jezelf het meest? Heb je iets aan deze tips, of mis je nog wat? Laat van je horen!

Van Uitstel Komt Afstel
Tagged on:                             

One thought on “Van Uitstel Komt Afstel

  • 27/02/2020 at 12:16
    Permalink

    Dikke 10 voor je blog! Je schrijft zo lekker ( leest makkelijk weg ) Ook de onderwerpen spreken mij erg aan!

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *