Een rustpunt in de Indische Oceaan (bij Mauritius).

In het boek “Langs bergen en dalen van het leven” van Anselm Grün las ik de volgende alinea:

Ik ken mensen die zich geen rust gunnen. Ze menen dat het zonder hen in het honderd loopt en dat hun aanwezigheid constant vereist is. Daarom moeten ze van zichzelf altijd doorgaan. Ik heb eens een lerares ontmoet die bijna bezweek onder de werklast op school. Maar ze gunde zich geen pauze omdat ze ervan overtuigd was dat de scholieren haar nodig hadden. Ze lette niet op de signalen van haar lichaam. Maar toen kreeg ze eczeem. Haar lichaam gaf duidelijk te verstaan dat ze gas terug moest nemen. Eerst probeerde ze haar eczeem onder controle te krijgen en gewoon door te gaan. Maar in een gesprek met haar arts gaf ze tenslotte toe dat het geen zin had haar uitputting te negeren en de signalen van haar lichaam te veronachtzamen. Haar huid vertelde dat ze er niet meer goed in zat. Haar eigen lichaam gaf haar verlof om er een poos tussenuit te gaan. Als je niet vrijwillig een time-out neemt, dwingt je lijf je er meestal wel toe. Dan duurt de pauze, de genezing, vaak langer dan wanneer je onderweg regelmatig bewust je rust had genomen.

Een zeer herkenbaar verhaal op mijn eigen levensweg. Het is alweer een aantal jaar geleden dat iets soortgelijks mij overkwam. Tijdens mijn studententijd deed ik naast studeren ontzettend veel. Ik hield me fanatiek bezig met sport, culturele en creatieve activiteiten, het leven bij een christelijke studentenvereniging, meerdere bijbaantjes en extracurriculaire activiteiten om mijn CV te kunnen opfleuren. Het laaste onderdeel van mijn opleiding was een buitenlandse stage. Ik koos ervoor om deze in Mauritius te doen, een tropisch eiland in de Indische Oceaan. Het was vijf dagen per week hard aanpoten en de organisatie die mij had geplaatst had helaas een kamer geregeld op zo’n twee uur enkele reis van mijn stageadres. En de dag begon al om acht uur ’s ochtends. Daarbij woonde ik ook nog eens in een afgelegen dorpje (aan het strand, dus in het weekend erg leuk), waar de supermarkt om zes uur ’s avonds dicht ging. Alle boodschappen moest ik dus in het weekend doen, door de week kon ik niets halen. Bovendien was (en ben) ik een perfectionist en een ‘people pleaser’, dus ik wilde het op mijn stageadres heel goed doen en iedereen naar de zin maken. Ik had het gevoel dat mijn aanwezigheid constant vereist was. Na twee weken voelde ik me geradbraakt. Dit trok ik niet. Met wat moeite is het uiteindelijk wel gelukt om bij een gastgezin te kunnen verblijven voor de laatste tweeënhalve maand van mijn stageperiode (die in totaal vier maanden duurde). Nu was mijn reistijd slechts een half uur en ik kon mee-eten met het gezin.

Helaas kreeg ik, toen ik nog één maand stage te gaan had, een nare infectie in mijn keel. Mijn amandelen raakten heel erg opgezwollen en raakten volledig bedekt met een viezige geel-bruine laag. Het slikken deed zo’n pijn dat ik langzaam uitdroogde omdat ik niet genoeg kon drinken. Ik belandde in het ziekenhuis en moest daar uiteindelijk zes dagen blijven. Ik was ontzettend verzwakt en heb tot overmaat van ramp na een paar dagen thuis te zijn geweest, een allergische reactie gekregen op de antibiotica. Mijn hele lichaam zat onder de rode bultjes. Het zag er echt vreselijk uit, alsof ik één of andere besmettelijke huidziekte had. En de jeuk, laat ik daar maar niet over beginnen. Ik had weken nodig om te herstellen. Maar zelfs vier maanden later voelde ik me nog steeds snel moe. Een bloedtest wees uit dat ik pfeiffer had opgelopen. Die was waarschijnlijk begonnen met die vreselijke keelinfectie. Ik zou nog zeker een jaar te kampen hebben met zware vermoeidheid. Die extreme moeheid is gelukkig afgenomen, maar ik heb nooit meer het energieniveau teruggekregen dat ik voor de infectie had gehad.

Lange tijd koppelde ik de infectie niet aan mijn drang om altijd maar door te blijven gaan en goed te willen presteren. Het was in mijn ogen gewoon een ongelukkige samenloop van omstandigheden, pure pech. Mijn vriend had eigenlijk al veel eerder de link gelegd tussen mijn druk-zijn en het oplopen van die infectie. Later kon ik ook wel begrijpen dat het zo werkt, maar met het lezen van dit fragment in Anselm’s boek, wordt het ineens weer glashelder. Ik was over mijn grenzen gegaan en mijn lijf heeft me tot halt geroepen. En de genezing duurt inderdaad een stuk langer dan als ik tussentijds regelmatig rustpauzes voor mezelf had ingevoegd. Sterker nog, ik heb vandaag de dag nog te dealen met de gevolgen van mijn niet-aflatende drive om altijd maar bezig te zijn en zo goed mogelijk te presteren. Kon ik de jongere versie van mezelf maar toespreken met de wijsheid die ik hierover inmiddels heb opgedaan! Daar is het nu echter te laat voor, en het leven gaat verder. Het altijd maar druk zijn is een struikelpunt waar ik waarschijnlijk mijn verdere leven altijd bewust mee om zal moeten gaan, wil ik gezond van geest én lichaam blijven.

Mijn harde les is geweest om meer rust te nemen en niet zo te blijven rennen. FOMO (Fear Of Missing Out), perfectionisme en angst voor afwijzing; het kan allemaal leiden tot overmatig werken en presteren, zowel op werk als privé. Maar wie zichzelf voorbij holt komt langere tijd stil te staan en bereikt daarmee juist het tegenovergestelde resultaat. Durf die pas op de plaats dus op tijd te nemen. Gun jezelf rustmomentjes en zorg dat je kunt genieten van de leuke dingen die je doet. Is dit verhaal al te herkenbaar? Lukt het je zelf niet goed om uit dit patroon van alsmaar doorgaan te stappen? Voel je je constant gejaagd? Of heb je vage lichamelijke klachten die je eigenlijk al te lang negeert of probeert te onderdrukken? Overweeg dan eens om met me te gaan wandelen. Ik bied anti-stress trajecten in de natuur. Gun het jezelf, want voorkomen is altijd beter dan genezen, weet ik uit ervaring.

Het Lichaam Spreekt
Tagged on:                                 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *